werkwoord “communicate”
infinitief communicate; hij communicates; verleden tijd communicated; volt. deelw. communicated; ger. communicating
- communiceren
Meld u aan om de vertalingen van voorbeeldzinnen en eentalige definities van elk woord te zien.
The managers communicate company policies to employees through regular meetings and emails.
- overbrengen (van gedachten of gevoelens)
Despite his shyness, he managed to communicate his concerns during the meeting.
- overdragen (van een ziekte)
The new virus is easily communicated by close contact, so health officials recommend keeping a safe distance.
- verbonden zijn (van twee kamers)
The kitchen communicates with the dining room through a large archway, making the space feel open.